Afgelopen vrijdag zijn we voor het eerst sinds jaren weer naar school geweest. In Infiesto zag ik op een etalageruit een aanplakbiljet van een ééndaagse workshop van de Jornadas de Selvicultura de Castaño in de Salón de actos de la Casa de Cultura de Infiesto. Over het duurzame beheer (gestión sostenible) van tamme kastanjebossen en het bestrijden van ziektes dierzelfde. Twee uur theorie én twee uur praktijk.
Onze eigen mata (monte bajo) van tamme kastanje aan de zuidkant van Fontebona. Foto: Thomas
Aangezien we nogal wat bos hebben en het goed willen gaan gebruiken leek het ons een mooie gelegenheid om meer kennis op te doen over de bosbouw. We weten natuurlijk al meer dan voorheen. Kennis die we hebben opgedaan uit onze eigen praktijk, de boeken die we erover hebben en de mensen die ons hebben geholpen. Maar we weten nog lang niet genoeg. Bovendien geeft het gelegenheid andere mensen uit Infiesto en omgeving te leren kennen.
Het multi-purposezaaltje van de Casa de Cultura betreden we aldus voor de eerste keer. Er zijn in totaal ongeveer een dozijn deelnemers en twee técnicos en twee assistenten. De leeftijd van de deelnemers varieert van 35 tot 75. We gaan vooraan links zitten naast de oude eigenaar van ons terrein. Hij heeft zelf nog meer bos ergens anders. Alvast iemand die we kennen.
Juan, een goede verteller, begint zijn verhaal met een kleine geschiedenis van de tamme kastanje (castanea sativa) waarvan de meeste mensen denken dat hij door de Romeinen naar Asturias is gebracht. Dat is ten dele ook zo maar de soort komt daarvóór uit een gebied in de Kaukasus. Ergens in de buurt van waar nu Armenië is. Maar er zijn ook al sporen in Frankrijk gevonden van tamme kastanjes van veel langer geleden. Zoals altijd is de waarheid gelaagder, genuanceerder, tegenstrijdiger en onontwarbaarder naarmate je haar langer bestudeert.
Tamme kastanjes werden vroeger voornamelijk geplant vanwege de vruchten. Het was de bron van het meel voor het brood van de armen. Later werd het hout belangrijker want kastanje is prachtig bouwhout. Dat wisten de Romeinen al. Ook werd het tot ver in de 19e eeuw geteeld voor de produktie van tannine. Er zit erg veel tannine in de kern (duramen) van de boom. Wat ze precies met die tannine doen werd ons niet duidelijk. Dat moeten we nog eens uitzoeken. Daarna wordt het hout voornamelijk gebruikt voor de bouw, voor het maken van palen (wat wij ook doen), manden vlechten, etc. Maar eigenlijk stelt dat niet zoveel voor en verdwijnen veel bossen en die er nog overschieten zijn erg verwaarloosd.
Hij vertelt nog veel meer. Over de gevaren die de kastanjebomen bedreigen. In onze buurt is dat vooral de chancro, de cryphonectria parasitica. Een gezwel dat ontstaat door een schimmel. Ernstige vormen hiervan zijn slecht voor het hout. De boom kan er van dood gaan of zodanig beschadigen dat het hout niet meer commercieel interessant is. Gelukkig is er ook een virus dat weer parasiteert op de schimmel en dat wint langzamerhand aan terrein. Zo is Piemonte in Italië al helemaal chancro-vrij. Maar hier nog lang niet. We herkennen de symptomen zelf heel goed in de mata die we hebben bij Sarabia. Het schijnt heel erg te zijn in de Cuencas Mineras, de mijnstreek waar we wonen dus dat klopt dan wel. Vandaar ook de aandacht van het ministerie voor dit onderwerp want het beste middel tegen dit en andere plagen is een goede gestión, een goed beheer van het bos.
Het is duidelijk dat Juan, Ernesto en hun collega's enige tijd in Frankrijk hebben doorgebracht en daar les hebben gekregen in moderne duurzame tamme kastanjebosbeheer. Frankrijk is hét land van de tamme kastanje. Daar hebben ze het meeste aantal hectares tamme kastanje van Europa. En ze hebben nieuwe frisse, of zo je wilt oude duurzame, ideeën over hoe je er mee moet omgaan om een mooi bos te krijgen en er nog geld aan over te houden ook. En dat niet van het rop-alles-met-een-thunderbird-achtige-machine-in-één-keer-uit-de-grond soort, maar met beleid. Om de paar jaar terzake snoeien en vellen voor een mooi hoog bos dat automatisch niet teveel vervelende ondergroei (adelaarsvarens, etc) heeft.
Na 4 Powerpointpresentaties rug aan rug is iedereen redelijk afgemat en tot de oogkassen gevuld met kennis over de tamme kastanje. Hoewel ik het tot nog toe prima kon volgen begint mijn Spaans nu los te laten en zich over het linoleum in alle richtingen te verspreiden. Gelukkig is het theoretisch gedeelte afgelopen. Het was zeer instructief.
Pas buiten kwam ik op het idee om foto's te maken. Foto: Thomas
Over 20 minuten, na een kopje koffie worden we verwacht in een klein bosperceeltje aan de rand van de stad voor de praktijkles. Onder leiding van Ernesto, de praktijk-técnico.
Ernesto, verstandig gekleed in beschermende kleding met ondermeer een speciale kettingzaagbroek. Die moet ik ook hebben. Foto: Thomas
Juan is meer een theorie-técnico. In Spanje zijn die zaken toch wel zeer strikt gescheiden.
Juan laat bomen zien die zijn aangetast door de chancro maar niet zo ernstig dat ze er blijvend last van hebben. Foto: Thomas
Ernesto laat ons zien hoe je de kwaliteit van je monte bajo, je mata, je productiebosje (hoe noem je dat in goed Nederlands?) kunt bepalen. Heeft het überhaupt wel zin om daar kastanjehout te groeien en te onderhouden? Als er niet genoeg groeit is het zonde van de moeite en het geld. Daarom moet je eerst bepalen hoeveel cepa's, laten we zeggen stronken, er zijn per hectare en hoeveel stammen per stronk en hoe dik die stammen zijn geworden in hoeveel jaar.
Ernesto zaagt een aantal schijven om te kijken hoe oud de boom is en hoe de ontwikkeling was.
Foto: Thomas
Dat laatste kun je doen door de ringen te tellen. Deze boom was ongeveer twintig jaar. Eigenlijk zou hij dikker moeten zijn maar omdat na ongeveer 8 jaar er niet tussenuit gekapt is ontstaat er teveel competitie en groeit de boom niet meer zo hard. Je kunt het zien aan de binnenste ringen, die zijn veel breder dan die erna. Bij een goede groei zijn alle ringen even dik. Daarom moet je opschonen. De buitenste lichte laag is het albura, het spinthout. Bij kastanjehout is dat heel veerkrachtig en rot het veel te snel weg. In tegenstelling tot het donkere kernhout, het duramen, dat ongelooflijk hard is en heel lang goed blijft. Zelfs onbehandeld. Omdat het dus vol zit met ondermeer tannine.
De jaarringenschijf van de twintig jaar oude boom. Let op de binnenste plusminus 8 grote ringen en de andere die veel dunner zijn. Foto: Thomas
Na het vaststellen van het aantal cepas per hectare, de leeftijd en dus de groeisnelheid moet het echte werk gedaan worden. Het snoeien of zagen van het hout dat geoogst kan worden danwel in de weg zit voor de groei van het mooie hout. Als je zo'n cepa kapt laat je de mooiste en meest rechte stam staan. Alle andere stammen gaan er af en je zaagt ze zo laag mogelijk af zodat de nieuwe loten zo recht mogelijk kunnen groeien. In hout dat krom groeit, ontstaan door de spanning meer scheuren die het hout waardeloos maken als bouwhout.
Voorbeeld van een goed schoongemaakte cepa. Mooi dicht bij de grond. Foto: Thomas
Resumerend kunnen we zeggen dat we verschrikkelijk veel geleerd hebben. Veel meer nog dan ik hier heb verteld. En dat Juan en Ernesto het goed en professioneel hebben gedaan. Volgens ons waren de andere deelnemers ook zeer geïnteresseerd en gemotiveerd. En wij hebben ons gezicht laten zien en met deze en gene een praatje gemaakt.
Juan en Ernesto beantwoorden vragen van de deelnemers. Foto: Thomas