Zelfs Sita kwam er niet meer door. Foto: Thomas
Onlangs zijn we weer eens hopeloos gestrand op een "kleine rondwandeling". In dit geval de PR AS-77. Op een zeer schuine berghellling gaat de weg omhoog waar we zouden moeten afdalen. Naar het Zuiden en we moeten naar het Noorden. Zelfs Sita komt er niet meer door en moet soms - onder protest - worden gedragen. Daar staan we dan. Kniediep in de modder. Negen uur 's avonds. Er zit niks anders op dan om na vijf en half uur onverrichterzake op onze schreden terug te keren. De wandeling af te breken en weer terug te gaan waarlangs we gekomen zijn. Opnieuw door de blubber van het door de koeien kapotgelopen paden. Opnieuw door het dichte struikgewas. Omdat we de route gewoon zijn kwijtgeraakt.
Berustend langs de carretera tradicional. Foto: Thomas
Het irritante bij deze wandeling was dat we wegens het ontbreken van markering in eerste instantie over een hele mooie zandweg naar de top waren gelopen. Met fantastische uitzichten. Maar dan weet je eigenlijk al dat je fout zit. Want Spaanse wandelroutes gaan nooit over zulke mooie zandwegen. Die volgen altijd kleine sluip-door-kruip-door-paadjes. We moesten dus ook al eerder op de route teruggaan om de echte route weer op te pikken.
En dat is absoluut niet voor het eerst. Nee, het begint structureel te worden. Als de wandelgids spreekt van carretera traditional of camino real lopen bij ons de schoenen al vol met modder.
Wel een mooi uitzicht langs de Ruta del Arcediano. Foto: Thomas
Toen we een paar weken geleden nog in de Picos de Europa (heel mooi, daar niet van) aan het wandelen waren, hoorde Astrid een paar Spaanse mannen aan de bar van het hotel praten over wandelen en dat die Engelsen en Nederlanders toch wel het allerlangzaamste waren bij het beklimmen van een berg.

Slome Hollander. Foto: Thomas
Dat is ook zo. Want in tegenstelling tot alle ons voorbij hijgende en zwetende Spanjaarden zien wij wandelen niet als topsport waarbij het streven is zo snel mogelijk lijkbleek en drijfnat bovenop de bult te komen. Wij zien het als een manier om te genieten van de natuur en om je heen te kijken naar van alles en nog wat.


Links: Loop nou eens door. Rechts: Hee, een iris. Foto: Thomas
Maar de Spanjaard wil juist snel vooruit. Het liefst anderen inhalen, ook als zijn conditie het eigenlijk niet toe staat, en graag zo moeilijk mogelijke routes zodat hij goed kan afzien. Als er dan al iets bekeken moet worden, dan graag alleen op het hoogtepunt op de helft van de route en verder doet het er niet toe.
Ultraloop door de Picos: 4000 meter stijgen, 4000 meter dalen, 60 kilometer lang. Foto: Thomas
Het heeft te maken met een groot cultuurverschil. Wandelende Nederlanders en Engelsen zijn grotendeels gevormd door Jac. P. Thijsse cum suis en de "Vroege Vogels"-achtige benadering van de natuur als loutering voor de bedompte (post)industriële stadmens die hij onontkoombaar is geworden. In de natuur Geniet je. Met wandelen kijk je om je heen. Van zessen klaar, de lanen in, wiehiehielewaal. Van die dingen.
Waarheen, waarvoor. Foto: Thomas
Voor de Spanjaard - waar de meeste revoluties toch een beetje aan voorbij zijn gegaan - is de Moeder Aller Wandelingen nog altijd de Bedevaart. Niet alleen naar Santiago de Compostela, maar overal is er jaarlijks minstens één Romero (bedevaarstocht) naar een locale ermita (een kluizenaarskerkje, een kapelletje) op de naamdag van één of ander heilige waaraan die betreffende ermita gewijd is. Het hele dorp, en vaak nog de dorpen in de omtrek, trekt dan de berg op. Die ermita's staan namelijk altijd helemaal boven op een berg. Daar bouwen ze dan een feestje met een religieus tintje. Natuurlijk wordt er ook nog een mis voorgedragen want daar ging het om (en wéér een feestdag, jawel). De essentie van dergelijke tochten is van oudsher de boetedoening. Natuurlijk. Penitenziare! Penitenziare!
Sneeuwrennen op de Peña Ubiña in juni. Foto: Thomas
Dát is feitelijk het archetype van de Spaanse wandeling. De boetedoening. Maar dan in gezellig groepsverband. Trouwens, dat de berg-op-afzien-aspect zie je ook terug in de liefde voor het wielrennen die de Spanjaard kenmerkt. De mensen die de routes uitzetten hebben dat dan ook voor ogen. Je moet heel hard gaan, veel zweten en van top tot teen onder de drek aankomen op de top. Dan daar even rondkijken, een hostie in je mond dauwen en dan weer als een speer naar beneden want je moet op tijd thuis zijn voor het eten, natuurlijk.
Maar verder zijn ze wel lief hier.