Gisteren zijn we eindelijk weer eens naar een stuk land wezen kijken. Het had nogal wat voeten in de aarde om de afspraak tot stand te laten komen. Bovendien gaf het bezoek een vervelende nasleep.
We hebben met de makelaar om twaalf uur afgesproken. Uiteindelijk komt hij pas om kwart voor vier opdagen. Onze tevredenheid over de stiptheid van de Asturianen hebben we naar beneden bijgesteld. Enfin. Op naar het terrein in kwestie met de Lada Niva. Ergens bovenop een bult. Uiteraard. De auto volgestampt met kampeerspullen, onszelf, de makelaar en Sita. Kampeerspullen omdat we er een gecombineerde rit met campingstudie en romería (bedevaartstocht) in Sotres, het hoogste dorp van Asturias, van hebben gemaakt. Met het fincabezoek als spannend slot.

Strak vooruit kijken. Foto: Thomas
En dat was nou jammer. Zowel dat volstampen, als dat hoog op de bult, als dat terrein. Want het perceel is met drie hectare groot genoeg om vrij van directe buren te kunnen kamperen. Het ligt alleen precies tussen de hoogspanningsmasten in. Zolang je strak voor je uitkijkt, zie je fris groen en een terrein met mogelijkheden, maar als je je blik iets omhoog richt, kijk je naar een mast of een elektriciteitsleiding. Dat geeft zo'n beklemmend gevoel, dat we dat onszelf en onze toekomstige campinggasten liever niet aandoen. Jammer, dat zeker, want de makelaar deed erg zijn best. We hebben wel anderhalf uur door de lokale modder en de braamjungle gelopen.

Hoogspanning rechts. Foto: Thomas

Hoogspanning links. Foto: Thomas
Maar dan de auto. Het is paar meter voordat we moeten stoppen om het terrein in kwestie te gaan bekijken. De motor maakt opeens een enorm kabaal. Dat zit duidelijk niet lekker. Als we van de bezichtiging terugkomen, duikt Thomas direct onder de motorkap. En omdat de herrie blijft aanhouden en we het niet verstandig vinden te gaan rijden, belt de makelaar een garagehouder in de buurt om hem te laten kijken naar de motor. Garagehouder komt en trekt een Zeer Zuinig Gezicht. "Oude auto heh?!" Hij raadt ons aan tot het dorp te rijden, omdat daar een kraanwagen kan komen. Die van zijn bedrijf. Uiteraard.
Zucht. Panne. Waar hadden we dat meer meegemaakt?
Vlak voor het dorp begint de motor zo te sputteren dat we vermoeden dat de motor daar ter plekke definitief overleden is. Misschien een losgeschoten distributieketting. Misschien een klep of een complete nokas naar de Filistijnen. Wij weten het niet. De garagehouder weet in ieder geval zeker dat we de auto meerdere dagen kwijt zijn. Nog meer zucht.
Gelukkig is de vrouw van de garagehouder van het zeer persistente soort. Met engelengeduld blijft ze het gansje van de pannecentrale uitleggen dat zij van het meest dichtbijzijnde garagebedrijf is en dat ze een sleepovereenkomst met onze autoverzekeraar heeft. Of ze daarom een wegsleepautorisatie kan krijgen. Het gesprek kost haar tenminste een half uur tijd en veel geld voor het bellen met een peperduur telefoonnummer. ¡Madre mía! Het is moeilijk te geloven dat deze uiterst domme levensvorm nog gemaakt wordt. Blijkbaar is het een bedreigde diersoort en drijven ze de gansjes in telecenters bijeen om mensen tot uiterste wanhoop te drijven. Leuk! Lachen! Topsport!
Maar daarna is alles makkelijk. De auto wordt op de kraanwagen geladen en we rijden de ruim 100 kilometer naar huis in de cabine van de grua. Dat scheelt een boel benzine. Ook de verzekering hebben we er nu gelukkig wel uit. Van de vorige keer weten we nog hoe de kraanwagen in het dorp moet manoeuvreren. En van onze pre-Ladaperiode weten we nog hoe je jezelf zo efficiënt mogelijk volpakt met spullen om de laatste 350 meter de berg op naar huis te lopen. Veel meevallers kortom.
Hopelijk zijn er geen lezertjes die zich inmiddels erg zijn gaan hechten aan n'Asturianu, want de kans dat we ooit nog echt in deze auto gaan rijden, is wel ietsje minder geworden. Sorry.