Mozes kriebel. Dat was me het weekje wel.
We zijn van Hot naar Haar gereden. En weer naar Hot. Vanaf Haar. En terug. Naar finca Zus. En finca Zo. En ja. We hebben sterk het gevoel dat al dat gereis nu echt ergens toe aan het leiden is. Jelui zult het in de komende artikelen kunnen lezen. We hebben tien fincas gezien, dus voorlopig heb ik genoeg verhaalstof. Maar laat ik beginnen bij het begin.
finca 45
Afgelopen maandagochtend zouden we dan eindelijk de aparejador, de bouwkundige van de gemeente Ponga zien. De Ponga is een prachtig gebied direct ten westen van de Picos de Europa. Grotendeels natuurpark, dus hebben we het lang links laten liggen. In de vaste veronderstelling dat we er toch niets konden beginnen. Sinds we weten dat we zelfs in de Picos de Europa in theorie iets mogen beginnen, is de Ponga in beeld gekomen.
De Ponga. Net als de Picos de Europa een gebied van uitersten. Foto: Thomas
De Ponga heeft net zulke steile bergen als de Picos, maar de bergen zijn groener. De dorpjes in de Ponga zijn altijd erg geïsoleerd geweest van de buitenwereld. Je waant je er minstens een eeuw terug in de tijd. Heel mooi. Heel rustiek. Maar dus ook heel benauwend geïsoleerd. Ja, ook nu nog.
Een makelaar had ons een paar fincaatjes toegespeeld die misschien wat voor ons waren. Om ons woeste tochten door dito gebergte te besparen, wilden we eerst eens de algemene regelgeving van de gemeente kennen. Via de aparejador.
Alleen dan groener. Foto: Thomas
Ik had de gemeente Ponga om te beginnen via internet om informatie gevraagd. Omdat we maar niets daarop hoorden, gingen we de Pongarimboe in om ons verzoek bij de balie van de gemeente kracht bij te zetten. Mondeling en op papier. We zouden heel binnenkort teruggebeld worden. Echt waar.
Natuurlijk hoorden we niets. Natuurlijk moest ik keer op keer bellen. Ik heb tussen de vijf en tien keer met de gemeente gebeld om te vragen of de aparejador er, zoals beloofd, vandáág dan was. Iedere keer weer kreeg ik het schattige maar schaapachtige meisje van begin twintig aan de lijn dat verontschuldigend vertelde dat hij er ook vandaag weer niet was. Ja sorry, heel veel sorry, heel veel disculpe. En heel veel zucht en stille berusting van mijn kant. Wat moet je anders? Boos worden op het wicht? Ik ben vriendelijk gebleven en dat hielp. Uiteindelijk kreeg ik het mobiele nummer van de aparejador.
Toen waren we nog maar drie of vier telefoontjes van een echte afspraak af. Maandagochtend hadden dan eindelijk ons gesprek in het gemeentehuis in San Juan de Beleño. We hoefden maar één uur en één koffie in het cafeetje te wachten.
Nou. Er blijken in de gemeente Ponga inderdaad mogelijkheden voor een camping te zijn. Maar alleen bij een héél schaars aantal terreinen die als bestemming interés paisajístico hebben. Zeg maar zoiets als gebieden met een bijzondere landschappelijke waarde.
Een aantal terreinen viel direct af: beschermd op welke manier dan ook. Of met een agrarische bestemming. Maar één terrein bleek zowaar pre-ciés in zo'n gebied met interés paisajístico te liggen.
Reden genoeg om in de brandende zon op zoek te gaan naar finca 45. Na veel kaartvergelijk en gezoek vonden we de finca.
De cabaña. Foeilelijk, maar doeltreffend. Foto: Thomas
Mooi. Gewoon een mooi terrein. Heel vlak. Voor Pongiaanse begrippen zéker. Met daarop een foeilelijke cabaña, een weekendhuisje. Niet af, maar meer dan goed genoeg om te beginnen.
Een mooi terrein. Foto: Thomas
In een lekker zonnetje hebben we op het weiland geluncht en van de mooie uitzichten genoten.
Dit terrein leek ons wel wat. Voordelen: vlak, zonnig, mooie uitzichten, vrij dicht bij de weg, op een kilometer van het dorpje Viego met café-restaurant, eigen bron, bewoonbare cabaña, mooi bergbeekje grenzend aan het terrein, veel wandelmogelijkheid direct naast de deur, naast de Picos.
Met uitzicht op de Picos de Europa. Foto: Thomas
Maar ook nadelen: vooral de al genoemde geïsoleerde ligging. De restaurantbaas in Viego waar we daarna een koffie en verhaal gingen halen, vertelde ons dat je voor boodschappen naar Cangas de Onís moet. Op een half uur rijden. Als de weg eindelijk af is. Iets wat naar zeggen nog een half jaar op zich laat wachten. Tot die tijd moet je je via veel omwegen door het prachtige landschap slingeren. Een uur lang héén. Boodschappen doen. Een uur lang terúg. Slinger, slinger, slinger, adembenemende uitzichten, adembenemende bochten en hard hopen dat er niet net achter die bocht een tegenligger zit.
En ook verder zijn er genoeg nadelen: door de ligging op ruim 900 meter hoogte is het zeker in de winter knap koud. Door de stijgingsregens die je altijd in een berggebied hebt, regent er veel meer dan bijvoorbeeld hier in Sarabia. En echt heel erg bezwaarlijk: de toegangsweg. Die gaat over het land van drie verschillende eigenaren. De makelaar is er nu achteraan om te polsen of er iemand tussen zit die zijn terrein wil verkopen. In principe zijn we erg geïnteresseerd in dit terrein, maar dan moeten we wel op die toegang kunnen rekenen. Nu is er alleen een voetpad vanaf het dorp met recht van overpad. Afwachten dus.
Slingerweg in de Ponga. Foto: Thomas
Ok. Erg leuk. Erg mooi. Erg aardig. Een echt ongelofelijk interessant terrein. Ha ja! Maar dit speelt dus aan het begin van de week ...
Toen hadden we andere finca's nog niet gezien. Terreinen die kwa ligging vele malen interessanter zijn, omdat ze veel lager en dichter bij de kust, maar toch ook heel dicht bij de Picos liggen.
Maar daarover vertel ik later. Er is afgelopen week zoveel gebeurd. Daar wil ik eerst poco a poco over vertellen. Maar we moeten ook een traditioneel verlate zondagscomida (hoofdmaaltijd) doen. En we willen bijkomen van deze week. Dus er moet gerust en geluierd worden. En we willen ondanks het koude en regenachtige weer ook nog een traditionele zondagswandeling doen.
Wacht en rust en luier dus zelf ook maar wat. Jelui hoort van me. Later.