En hoe gaat het nu verder?, zult sommige jelui zich afvragen.
Na wat bozigheid zijn we uiteraard weer doorgegaan met zoeken. Er zijn slechtere hobby's. Zweten in de sportschool bij 50 graden celsius. Sportvissen bij min tien. Of bij plus twintig.
De bouwkundige van de gemeente in kwestie vertelde bovendien dat een perceel daar inderdaad niet gesplitst mag worden. Nou vooruit dan maar. We gaan nog wel een revanchebod doen. Maar dat komt later.
De makelaarsites houd ik tussen de vele bedrijven door met een schuine blik in de gaten. Op een site stond opeens een cabaña (herdershut) met schuur te koop. Voor maar drieduizend euro. Nah! Dat kan niet veel zijn, maar veel geld is het ook niet.
finca 68
Ik houd het kort:
Een scheve schuur vol koeienbotten. Foto: Thomas
- Per auto hotseklots over een zomerse zandweg (in de winter, lees: modderweg of zwarte piste) diep de bergen in vanaf een redelijk groot stadje: bijna 30 minuten. Wel mooie minuten, want voor dat weinige geld zit je in de Picos de Europa.
- Te voet door de zéér scheve jungle: 15 minuten, waarbij je onder meer door twee zwaar beprikkeldrade hekken moet zien te kruipen én een brede blubberbeek doorwaadt. Heel rustiek.
- Bijna een halve hectare zéér scheef terrein.
- Een schuur met een dode koe met zóveel botten, dat hond Sita helemaal gelukkig was. Dat dan weer wel.
- Een best een soort van mooi uitzicht, maar niets vergeleken met al het prachtigs in de rit ernaartoe. Humpfw.
- Een schattig klein en goedgebouwd hutje, waarin Thomas en ik als we geen ruzie hebben, met wat wederzijds inschikken en herschikken misschien zouden kunnen slapen.
- Zon goed. Stevig stromende sloot in de diepte onderaan. Best aardig.
"En recuerdo a los pastores que pasaron por estos parajes. 07.09.2007". "Ter nagedachtenis aan de herders die door deze streek trokken. 07.09.2007". Deze prachtige Jef Koons kloon langs de hotseklotsweg hadden we niet willen missen. Foto: Thomas
Twijfel, twijfel, maar we doen het niet. Dat leidt af van Ons Doel.
finca 69
Over finca 69 valt weinig pikants te vermelden. Of het moet de prijs zijn. We hadden eerst eens in de buurt rondgevraagd. Het huis stond volgens de jonge buren al twee jaar te koop en er hoorde veel platte(!) grond bij.
Huis nummero 69. Foto: Thomas
Toen we hoopvol de eigenaar belden kwam, ondanks ons gestaald gemoed, de vraagprijs rauw binnen. Honderdtwintigduizend euro. Voor een ruïne met maar een heel klein lapje grond erbij. Wilden we meer grond? Daar viel tegen een goede meerprijs over te praten.
Mwahaaha! In de tijd dat we met de eigenaar belden, reden er wel erg veel auto's over de ogenschijnlijk rustige landweg. Samen met de aanwezigheid van het dure hotel een eindje verderop, waar in de zomermaanden de elektronisch versterkte feestmuziek tot vijf uur 's ochtends over de glooiende heuvels schalt, maakt het onze beslissing om hier verder geen tijd aan te besteden erg makkelijk.
finca 70
Dit terrein met ruïne hadden we al gezien toen we vanaf finca 67 stomgeslagen rondkeken. Een paar weken daarvoor waren we er zelfs naartoe op weg geweest. Toen, loom na de middagpicknick, bleven we steken in goede bedoelingen en kniediepe modderplassen op de landweg.
Op de stafkaart had ik gezien dat er vanaf de andere kant ook een toegang zou moeten zijn. Daar konden we mooi navraag naar doen bij de bewoners die ongetwijfeld aan die kant woonden.
Het terrein met ruïne vanaf de andere kant. Foto: Thomas
En zo kon het gebeuren dat we op een stralende zaterdagmiddag een bejaarde man oertevreden op een stoel onder een schaduwrijke eik zagen zitten. Duidelijk genietend van het vele uitzicht.
Maar hij wilde best even met ons meelopen naar zijn schoondochter. Misschien wist zij het telefoonnummer van de eigenaresse van de ruïne. Schoondochter had het nummer niet, maar we moesten in stadje Zusenzo veertig kilometer verderop gewoon haar naam noemen.
Astrid balanceert naar boven. Foto: Thomas
Iedereen kende haar. Mary van de Busmaatschappij. Van die ene die nu failliet was. Dus nu zat ze thuis. Tsja, hoe dat dan toch moest met die arme kinderen van haar? Maar in ieder geval. Iedereen kende haar. Ja, zelfs daar in die middelgrote stad.
Als we het terrein wilden zien, moesten we ongeveer die kant op. De bejaarde man liep een eindje met ons mee om ons de richting te wijzen.
De tocht was lang. De weg soms lastig. Het resultaat was interessant. Een ruïne. Twee jaar geleden zat het dak er nog op. Nu resten alleen een paar muren. Zonde. Maar het terrein erbij is prima. Wel wat steil hier en daar, maar ach. Dat is alleen maar goed voor de uitzichten. Zonnige ligging. Een prachtige sloot onderaan het terrein.
Twee jaar geleden zat het dak er nog op. Nu resten alleen een paar muren. Zonde. Foto: Thomas
Kortom. We gaan morgen serieus proberen of we de ex-kaartjesknipster kunnen opsporen.
finca 71
We kwamen langere tijd aan de praat met een man die we ontmoetten toen we rondliepen in de buurt van finca 69. Na een goede les in terrasmuurtjes bouwen (leg iedere steen moervast tegen de helling, geen cement want dat geeft waterophoping en uiteindelijk een damdoorbraak), en waardevolle informatie over het geluidsniveau van het dure hotel, namen we afscheid. Met achterlating van ons visitekaartje.
Nog geen half uur daarna belt hij ons op. Hij herinnerde zich opeens een man die een terrein te koop had. Niet al te ver hier vandaan. Zeven hectare met een huisje erop. Tsjonge. Diezelfde dag nog zitten we aan de cider in de keuken van Manuel.
Na zeker een uur geduldig de vele spreekwoorden, gezegden en woordgrappen van Manuel te proberen te begrijpen gaan we op pad. Jammer genoeg blijkt het niet om zeventigduizend vierkante meter, maar om zeventig are te gaan. Zucht. Weer eens een m2-nulletje te weinig. Dat had onze tipgever niet helemaal goed onthouden.
Zucht. Weer eens een m2-nulletje te weinig. Foto: Thomas
Maar vooruit. De avond was lang en warm en het was genoeglijk rondlopen met Manuel. Heel behulpzaam vertelde hij over de tio die daar een eindje verderop woonde. Voor zover hij wist een voortvluchtige bajesklant die het lef had gehad zijn toegangsweg over een stuk van Manuels grond aan te leggen. Niet dat we op het punt stonden finca 71 te kopen, maar anders had de beste man ons met deze toelichting alsnog een goede reden gegeven.
knal
De avond eindigde minder genoeglijk. Een grote knal blies het verhaaltje uit. Of eigenlijk drie knallen.
Feest in Manuels dorp. Lawinepijlen gingen af. Bang! Bang! Bang! Sita rende. En rende. En rende. En rende. Alsof haar leven er van af hing. In een flits ons beeld uit.
Roepen. Fluiten. Zoeken. Vragen. Ik werd verkeerd geïnformeerd het bos ingestuurd. Ook Thomas liep maar. En liep maar. En liep maar. Vol adrenaline ongehavend over de gemeenste soorten prikkeldraad. Door berg. Door dal. Maar vooral de berg op. Op goed geluk in een rechte lijn verder en verder van de knallen weg.
Net toen Thomas het na een half uur roepen, fluiten, zoeken en vragen wilde opgeven en een andere richting besloot te proberen, hoorde hij een rare kreet. Heel zacht. Meer het geluid van een ekster dan van een ander levend wezen.
En daar, heel hoog bovenop een rots, zat een trillende Sita. Nog nooit zo bang geweest. Nog nooit zo blij om Thomas weer te zien.
Bijna namen we een viercider bij Manuel, maar heel verstandig hebben we de goede afloop thuis gevierd. Met een koel pilsje. En met een Sita die heel lang tot zelfs in de wc achter ons aanliep.