Buurman Alfonso heeft een aantal stokpaardjes, waaronder gemopper op de slechte weg naar Sarabia toe. Toen hij het er een paar weken geleden weer eens over had, vertelde hij met zijn zware Asturiaanse accent dat het echt bar was bij zware regenval: ¡No es un caminu, es un ríu! (No es un camino, es un río; Het is geen weg, het is een rivier!).
Niet begrijpend keek ik hem aan. Ik kon me er helemaal niets bij voorstellen. Hoeveel regen zou er wel niet naar beneden moeten komen om van de weg een beek te maken? Nou. Zoveel als vandaag in korte tijd naar beneden kwam:

Thomas' dag is gelukkig goed gevuld op dit soort momenten. Dan gaat hij in z'n oude kloffie de vliering op, om van binnenuit te proberen de dakpannen weer een soort van goed te leggen. Dat werkt echter alleen als de boel niet verschuift, als het niet zo hard regent dat de weg in een rivier verandert, als wegdrijvend mos niet voor nieuwe overstromingen zorgt, etc.

Je moet het zo zien. Die dakpannen liggen als missionarismannetjes en -vrouwtjes, of zoals ze eigenlijk heten, als monniken en nonnen op elkaar:

Maar als er maar genoeg knik in het dak of mos op de dakpannen ligt, vormt zich bij regen ter plaatse een stuwmeertje. Daardoor stroomt het water niet over de dakpan naar de volgende dakpan (groen), maar de vliering op (rood):

Mos op het dak van de hórreo van Alfonso:

Als je zoals wij een vliering hebt met veel gaten of met veel spleten tussen de planken, dan moet je overal emmers neerzetten, om het op de eerste verdieping en zelfs beneden nog een beetje droog te houden. Dat ziet er dan zo uit:

De 16 cadeau gekregen Hemaboxen blijken nog veel meer multi-tasking te zijn, dan wij in onze stoutste dromen konden dromen:

Thomas veegt ondertussen wel mooi al het stof van de vliering af. Zo ziet zijn handdoek er uit nadat hij vanochtend dus weer eens op de vliering was:

Je ziet het: kicks voor niks in Sarabia.