
Tsja, wat valt er zoveel weken na de verhuizing nog over die dag te vertellen? Dat 'ie ons nog lang zal heugen, denk ik. Want allemensen, wat was het warm. En allemensen, wat hebben we veel zware spullen. Spullen die allemaal vanaf de losplaats bij de mijn naar boven moesten in de arme Rozinante.
Hoe dat toch kwam dat dat oude beestje het moest doen in plaats van een krachtige truck? Noem het Spaanse onwil, ongeorganiseerdheid of onbenul. Of misschien iets veel eenvoudigers dat wij nog niet snappen. Feit blijft dat Thomas eindeloos heeft gebeld en geSMSt met Theresa van de Spaanse containervervoerder om haar ervan te overtuigen dat de truck echt wel bij ons naar boven kon. Dat hadden we immers speciaal met de mijn geregeld. Als er zwaar geladen zandauto's via die weg naar boven kunnen, dan kan een truck met licht beladen container dat zeker. En ook de bochten moesten ruim genoeg zijn ondanks horrorverhalen die ze van Avelino, de chef van de mijn, hadden gehoord. Dachten wij.
Thomas kon lullen als Brugman, maar uiteindelijk vertikte de uiterst vriendelijke chauffeur de berg op te gaan. "Nee, nee, veelste glad. De truck zal wegglijden weg door de stenen op de weg." Kwam dat even mooi uit! Want om de knoop door te hakken en ze anderhalve week te laat toch te laten komen, hadden we de beslissing tot wel of niet rijden aan het containerbedrijf overgelaten.
Verhuishulp Jet had die uitkomst al voorspeld, maar ondertussen sta je er dan wel mooi alleen voor. En we hadden op de valreep vervoer voor het laatste stuk geregeld, maar die wagen zou pas de volgende dag komen. Zo'n overbruggingsdag zou kunnen, omdat Avelino had beloofd dat we onze spullen tijdelijk bij de mijn in opslag konden plaatsen.
In een container. Dacht hij. Losse spullen. Hadden wij gezegd. Dus toen puntje bij paaltje kwam, bleek het stallen opeens onmogelijk. Of toch. Daarna. Toen het na lang soebatten weer wel kon. Maar hij was het goed zat met alle gezeur en als de boel de volgende dag niet weg was, zou hij de hele bende op straat gooien.
Die hele bende moest daarom liefst dezelfde dag nog omhoog. Thomas haalde de Rozinante om de te zwaar geachte weg te beproeven. Wat bleek? De oude dame kon wat de jonge blom niet zou kunnen! Natuurlijk kon de truck het ook, maar de chauffeur hield zich van de domme e/o slapend. Onbekend met de omvang van de lading en de hitte lag hij prinsheerlijk in zijn geairconditionde slaapcabine.

En dat is het begin en het einde van dit verhaal. Want Thomas reed tussen de 15 en 20 keer de berg op en af. Iedere keer een meter of 400. Af en aan. Af en aan. Rob en Jet beneden bij de mijn. Ik boven bij het huis. En maar sjouwen, sjouwen, sjouwen. Zonder eten, met nauwelijks pauzes en veel water. We begonnen rond 13:45 uur. Om 23:00 uur hielden Rob en Jet het heel verstandig voor gezien. Ze moesten de volgende dag nog even terug naar Nederland (om 3 dagen in de Zwarte Zaterdag Files te staan). Het was 00:30 uur toen we de laatste stukken op de tast ergens in een schuur schoven.
Die memorabele dag eind juli 2007 hebben we ons letterlijk het snot voor de ogen gewerkt. Ik kan niet voor Rob en Jet spreken, maar Thomas en ik hebben nog nooit in ons leven zo hard gewerkt als die dag. En wat ons betreft blijft het bij deze ene unieke ervaring.
Dan ging het deel in Nederland een stuk vlotter. Met z'n negenen hadden we de boel in twee uur in de container geladen:


Allemaal nogmaals erg bedankt voor die goede en snelle hulp! Maar de grootste dank is voor Rob en Jet. Zonder hun hulp hadden we echt niet geweten hoe we het hadden moeten doen.

Rob en Jet respectievelijk links en rechts op de foto. Het was niet alleen kommer en kwel. Ze hebben gelukkig nog een dagje met ons in Asturias en León (foto) rondgetuft.